Weconomics, een nieuw boek van Paul Bessems

Dit is het tweede boek van Paul Bessems dat ik heb gelezen. De titel van het eerste boek was “Elke dag als de zon opkomt” en beschrijft de opkomst van de community-economie, zoals Bessems deze ziet. Dat was voor mij al een zeer inspirerend boek, waarvan ik de inleiding heb bewerkt tot een (mini) toneelstuk, dat ik bij een workshop heb gebruikt.

Weconomics is in feite een vervolg c.q. verdieping op “Elke dag” en houdt een pleidooi om het werk anders te organiseren: werken in communities in plaats van het werken in bedrijven of instellingen. Dit leidt volgens Bessems niet alleen tot een veel hogere productie, maar ook tot een betere leefomgeving en meer arbeidsvreugde.

Met een korte terugblik naar de economische ontwikkeling van de afgelopen 150 jaar (industriële revolutie (1850), management kapitalisme (1900) en financieel kapitalisme (1980) komt hij tot de conclusie dat onze ‘welvaartsmachine’ na 150 jaar trouwe dienst toe is aan vervanging. Naast een hoge welvaart heeft ons dat veel negatieve ‘bijwerkingen’ opgeleverd, zoals zelfverrijking, weinig vertrouwen in leiderschap, klimaatverandering en milieubelasting. Bessems concludeert dat de machine hapert en niet meer is te repareren.
In feite sluit deze zienswijze aan bij het in het najaar van 2012 verschenen boek “In het oog van de orkaan” van Jan Rotmans, waarin hij met andere woorden maar in feite net als Paul Bessems stelt dat we niet in een tijdperk leven met veel veranderingen, maar in de verandering van een tijdperk.

Bessems onderbouwt zijn zienswijze vanuit diverse perspectieven en modellen en komt mede op basis daarvan tot een nieuw organogram van zo’n community, waarbij de volgende rollen worden onderkend:
• Afnemer van producten en/of diensten
• Aanbieder van producten en/of diensten
• Community leider
• Netwerkeigenaar
• Beheerder
Uiteraard worden deze rollen ieder afzonderlijk in het boek uitgewerkt.
Kortom een zeer lezenswaardig boek dat iedereen, die geïnteresseerd is in de toekomst van werken en leven, zou moeten lezen.

Werkcentrum Arnhem

Werkcentrum Arnhem

Eenmaal per maand spreek ik met Constans Pos, Reinder Boon en Mark Bassie over de werkgelegenheid, arbeidsmigratie en aanverwante onderwerpen in de Veluwezoom en Achterhoek. Vanmorgen hadden we het over:

  • marktplaatsen en inhuur van externen (Mark Bassie);
  • duurzaamheid in de woningbouw en innovatie in het algemeen (Reinder Boon);
  • werkgelegenheid en het begeleiden van (laagopgeleide) jongeren naar de arbeidsmarkt (Constans Pos).

Over dat laatst onderwerp is een heldere brochure verschenen van Werkcentrum Arnhem.

Onderstaand de tekst van deze brochure.

Werkgevers zoeken gemotiveerd en goed opgeleid personeel. Door vergrijzing en ontgroening neemt de vraag naar deze arbeidskrachten de komende periode sterk toe. Branches als transport en logistiek, de zorg, de installatietechniek en het onderwijs krijgen te maken met grote tekorten aan personeel. In de eerstgenoemde branche bijvoorbeeld ontstaat in de komende jaren vraag naar tienduizenden nieuwe arbeidskrachten.

Daarom is nu het moment om zoveel mogelijk potentiële arbeidskrachten geschikt te maken voor de huidige en de toekomstige vraag naar arbeidskrachten.

Samen met werkgevers, zodat het aan bod optimaal aansluit op de vraag vanuit bedrijven en instellingen.

Het Werkcentrum, een initiatief van Quadraam, wil hierbij een belangrijke rol spelen. In deze brochure leest u hier meer over.

Gestimuleerd door de kansen op de arbeidsmarkt en door de mogelijkheden die jongeren uit bijvoorbeeld het praktijkonderwijs aan werkgevers hebben te bieden heeft Quadraam het initiatief genomen voor de oprichting van Werkcentra in de regio Arnhem/De Liemers. Het gaat in eerste instantie om een Werkcentrum in Didam en een Werkcentrum in Arnhem zal spoedig volgen.

In de voorbereidingsfase zoekt Quadraam actief de samenwerking met werkgevers, gemeenten en andere onderwijsinstellingen, zodat in de eerste helft van 2011 het eerste Werkcentrum van start kan gaan.

In Nederland zijn tot nu toe vier Werkcentra opgezet. Zij opereren bijzonder succesvol: er wordt met de moeilijkste doelgroepen een uitstroom naar regulier betaald werk gerealiseerd van meer dan 50%. Binnen een periode van gemiddeld drie maanden en in een ongunstig financieel-economisch klimaat.

In deze Werkcentra participeren honderden werkgevers. Hun voor deel is dat zij met een minimum aan risico een maximale mogelijkheden en invloed krijgen om hun (toekomstige) medewerkers voor te bereiden op een functie in hun organisatie. De deelnemende werk gevers zijn dan ook enthousiast over deze formule. Hun enthousiasme wordt gedeeld door de gemeenten, die bij de Werkcentra betrokken zijn. In relatief zeer korte tijd stroomt een groeiende groep uitkeringsgerechtigden uit naar een regulier betaalde arbeidsplaats bij bedrijven en instellingen.

En ook voor onderwijsinstellingen profiteren mee: zij kunnen hun scholingsexpertise op een effectieve wijze inzetten en krijgen bovendien direct toegang tot de voor hen zo belangrijke doelgroep van werkgevers.

In het Werkcentrum slaan de partijen, die kunnen bijdragen aan het voorkomen of oplossen van personeelstekorten, de handen ineen:

» de werkgevers

» het onderwijs

» de gemeenten

Een ideale combinatie. Werkgevers formuleren hun wensen en brengen werk meesters in, die zorgen voor training op maat van de vraag van het

bedrijfsleven. Het onderwijs zet zijn scholingsdeskundigheid en faciliteiten in bij de begeleiding naar werk van bijvoor beeld jongeren uit het praktijkonderwijs of uitkeringsgerechtigden. En gemeenten zorgen ervoor dat uitkeringsgerechtigden gemotiveerd en actief worden in het Werkcentrum, zodat zij na zeer korte tijd de stap naar de arbeidsmarkt kunnen zetten.

Door intensief met elkaar samen te werken in het Werkcentrum wordt het omvangrijke arbeidspotentieel dat in principe beschikbaar is, zo snel mogelijk geschikt gemaakt voor de arbeidsplaatsen bij bedrijven en instellingen.

Het Werkcentrum wordt opgezet in nauwe samenwerking met werk gevers. Werkmeesters uit het bedrijfsleven begeleiden deelnemers in het Werkcentrum, zodat zij snel over voldoende werknemersvaardigheden beschikken.

Motivatie, houding en gedrag, arbeidsritme en bepaalde vaktechnische praktijkvaardigheden spelen hierbij een belangrijke rol.

De begeleiding is intensief en gericht op een snelle, maar duurzame uitstroom naar de arbeidsmarkt. Werkgevers zijn direct betrokken bij de begeleiding en door hun inbreng sluiten de vaardigheden van de deelnemers uitstekend aan op de behoeften vanuit de arbeidsmarkt. Want: de vraag van werkgevers is leidend in het Werkcentrum.

Als u meer informatie wilt over het concept van het Werkcentrum neemt u dan contact met ons op. Wij verwijzen u graag naar de juiste contactpersoon.

 

Onze nieuwe brochure over Het Nieuwe Werken

HET NIEUWE WERKEN

ofwel

Ik wil wel voor je werken, maar niet bij je werken

Onder dit motto wil Jan de Bes van RheBes Management Support uit Rheden graag met u in gesprek over ‘Het Nieuwe Werken’.

RheBes Management Support B.V.

RheBes Management Support B.V. is een interim-management- en consultancybureau op het gebied van innovatief P&O-beleid met een passie voor arbeidsvoorwaarden en beloningsvraagstukken.

Kernwoorden in het werk zijn voor ons:

▪          deskundigheid

▪          enthousiasme

▪          gedrevenheid

▪          gevoel voor verhoudingen

▪          afspraak-is-afspraak

Wij werken niet branchegebonden, maar vinden onze weg zowel in het bedrijfsleven als bij de overheid.

Het Nieuwe Werken

Over Het Nieuwe Werken (HNW) wordt de laatste jaren veel geschreven en een aantal bedrijven zijn hier al behoorlijk ver mee (Microsoft, Rabobank, IBM en Interpolis om er maar een paar te noemen), maar de meeste bedrijven zijn er nog niet actief mee bezig en/of weten niet goed hoe ze het aan moeten pakken.

Bij Het Nieuwe Werken wordt vaak primair gedacht aan besparingen op werkplekken en het vermijden van files en dat hoort er zeker bij. Maar er is meer en dat is wat ons betreft ingrijpender en in ieder geval minder gemakkelijk op te lossen.

Wat ons betreft staat vast dat de komende jaren een aantal zaken zeker zullen veranderen en dat bedrijven en instellingen – ongeacht hun grootte – daarmee rekening zullen moeten houden.

Wij komen tot de volgende lijst:

  1. Sturen op basis van aanwezigheid gaat veranderen in sturen op output. Hoe zien die outputcriteria eruit en wat moet er veranderen aan managers en medewerkers om dit mogelijk te maken?
  2. Veel nieuwe technologische ontwikkelingen volgen elkaar in een steeds hoger tempo op. Wat betekent dit voor de wijze waarop wordt samengewerkt en hoe zorg je voor een gezonde mix van manieren waarop men met elkaar in contact komt?
  3. Nieuwe generaties die de arbeidsmarkt betreden willen werken voor organisaties die ‘duurzaam’ en ‘maatschappelijk verantwoord’ zijn. Daarnaast zijn zij op zoek naar werk dat ‘leuk’ is en waarbij zij zich kunnen ontplooien. Hoe speel je hierop in?
  4. Er is steeds meer sprake van een flexibele arbeidsmarkt waarbij mensen vaker en sneller van baan wisselen. Hoe ga je om met deze flexibiliteit en wat voor oplossingen zijn er voor diverse (collectieve) contractsvormen en voorzieningen als pensioen, verzekeringen, etc?
  5. Als gevolg van het vorige punt en het sturen op output zijn andere beloningsvormen en -systemen nodig. Hoe gaan die eruit zien?
  6. Werk en privé versmelten, mensen zijn altijd bereikbaar. Hoe ga je hiermee om en zorg je dat mensen niet overbelast raken?
  7. Diversiteit binnen je onderneming leidt tot een breder scala aan competenties, vaardigheden en inzichten. Hoe kun je hier als organisatie zo goed mogelijk op inspelen?

Bovenstaande punten hebben (in ieder geval) gevolgen voor recruitment, beloningsbeleid, functies, functiewaardering, loopbaanpaden, talent-management, competentiemanagement, leeftijdsbewust beleid en natuurlijk de samenhang daartussen.

Veel belangrijker is echter, dat het management zich bewust moet zijn dat aan leidinggeven in deze nieuwe context andere eisen worden gesteld.

Het vertrek van de babyboomgeneratie

Min of meer losstaand van de vorige punten, maar niet minder belangrijk is dat we de komende jaren te maken krijgen met de uitstroom van ca. 1 miljoen medewerkers, die geboren zijn tussen 1945 en 1950; de zogenaamde babyboomgeneratie. Hoe gaat u dat opvangen?

Momenteel hebben we nog te maken met een overspannen arbeidsmarkt, maar de verwachting is dat dit binnen 3 tot 7 jaar (afhankelijk van de branche) om zal slaan naar een grote krapte op de arbeidsmarkt.

Zeker bedrijven die voor een (groot) deel afhankelijk zijn van HBO- en/of WO-opgeleiden zullen moeten anticiperen op de (nieuwe) kennis van deze generatie en de eisen, die zij aan hun toekomstige werkgevers stellen.

Nieuwe kennis

Eerst een paar cijfers. In 2008 is onderzoek gedaan onder jongeren van 21 jaar. Zij beschikken gemiddeld over de volgende ervaring /           competenties:

▪         5.000 uur videogaming;

▪         250.000 e-mails, chat- en sms-berichten;

▪         10.000 mobiele telefoonuren;

▪         3.500 uren online.

Daarnaast kenmerken deze jongeren zich door multitasking, razendsnel delen van informatie, snel afgeleid zijn, geprikkeld willen worden, beleven en bewegen in een veelheid aan communicatie en het ontwikkelen van een eigen taal. Daarnaast zijn ze op zoek naar zelfontplooiing en spiritualiteit.

Generatie Y (geboren vanaf 1980) besteedt hier vele uren aan en went er op deze manier aan om zo met elkaar samen te werken om       gezamenlijke doelen te bereiken.

Deze manier van werken wordt nu al toegepast bij (onder andere) ICT-ontwikkeling, maar kan op veel meer terreinen ontwikkeld worden. Werkgevers moeten zich hiervan bewust zijn en op basis van de missie en (langetermijn)visie van de organisatie concepten (laten)          ontwikkelen om deze doelen te realiseren.

Nieuwe eisen

De Nieuwe Lichting, een uitzendbureau voor studenten in Den Haag heeft onderzoek gedaan naar de wensen van hun doelgroep voor een toekomstige werkomgeving. Dit heeft geresulteerd in het volgende wensenlijstje:

  • Eist feedback;
  • Is erg eigenwijs;
  • Is niet materialistisch, maar rijdt toch graag in een mooie auto, want dat hoort erbij;
  • Wil afgerekend worden op resultaat, maar vindt inzet zelf zeer belangrijk;
  • Rechtvaardigt tegenvallende prestaties met: “Maar ik heb toch mijn best gedaan”
  • Heeft niet veel geduld, alles moet snel;
  • Wil een snelle carrière bij een multinational, maar dit bedrijf moet wel duurzaam ondernemen en investeren in ontwikkelingswerk.

Wij willen niet beweren dat organisaties aan al deze wensen tegemoet moeten komen. Hier in het geheel geen aandacht aan besteden in een tijd dat medewerkers bepalen waar ze gaan werken en niet de werkgevers, is ook niet verstandig.

Ons aanbod

Wij zij al ruim een jaar bezig met het nadenken over deze ontwikkelingen en over hoe wij bedrijven en instellingen kunnen helpen hoe om te gaan met de – wat ons betreft zeer ingrijpende en onafwendbare – veranderingen op de arbeidsmarkt.

Wij bieden aan om geheel vrijblijvend een keer bij u langs te komen om eens te bezien of en zo ja op welke wijze u wij behulpzaam kunnen zijn bij uw personeelsbeleid inzake bovengenoemde onderwerpen.

Neem voor het maken van een afspraak contact op met:

RheBes Management Support B.V.

Groenestraat 11/b

6991 GA  Rheden

Tel: 026-495 20 85

Mobiel: 0653 723 589

Mail: info@rhebes.nl

Een visie op het HRM-vak en HR-leiderschap in 2025 e.v.

Onderstaand de bijdrage van Jan de Bes en Jurrian de Gruijter aan de NVP Future Award 2010

Een Sven Kramertje

Onze stelling

In 2025 bestaat de HR-functie niet meer. HR-leiderschap is overgenomen door het lijnmanagement en de HR-taken door de techniek, tenzij…

Waarom deze titel?

Op 23 februari 2010 (de dag dat Sven Kramer gediskwalificeerd werd op de 10.000 meter van de Olympische Spelen) hield de afdeling Betuwe van de NVP een bijeenkomst rond het boek De toekomst van werk van Bakas en Van der Woude. Het onderwerp dat daar ter discussie werd gesteld was: bestaat de HR-functie nog over 20 jaar? Het antwoord van de circa 25 deelnemers was vrijwel unaniem: Nee!

Als de HR-professional niet snel het roer omgooit en aan de slag gaat met een nieuwe invulling van de functie, dan is de beroepsgroep uitgespeeld en wordt deze net als Sven Kramer gediskwalificeerd. HR-leiderschap zal worden overgenomen door het lijnmanagement en de HR-taken door de techniek.

1. Inleiding

Jurrian de Gruijter en Jan de Bes zijn consultants bij IMS consultancy, onderdeel van IMS de gruijter meijerink & partners. IMS consultancy richt zich op interim- en adviesopdrachten in de sfeer van belonings- en formatiemanagement.

Wij hebben al langere tijd het idee dat de wijze waarop de HR-functie in Nederland wordt gepraktiseerd en afgeleid daarvan, hoe omgegaan wordt met zaken als functies, beloning en arbeidsverhoudingen, dringend aan een substantiële herziening toe is. Dit idee is gebaseerd op zeer ingrijpende en steeds sneller om zich heen grijpende ontwikkelingen zoals globalisering, technologische en demografische ontwikkelingen, een veranderende arbeidsmarkt en arbeidsmoraal.

Het onderwerp van de NVP Future Award 2010 – Ontwikkel een visie op HR-leiderschap in 2025 – sprak ons dan ook erg aan. Het biedt ons de gelegenheid en aanleiding om eens goed na te denken over ons vak in de toekomst en hoe hierop te anticiperen. Wij hebben ons afgevraagd wat ervoor nodig is om het gat te dichten tussen de huidige HR-praktijk en de visie c.q. het ‘doemscenario’ zoals hierboven geschetst.

2. De opbouw van deze notitie

Onze zoektocht naar antwoorden is gebaseerd op literatuurstudie, gesprekken met vakgenoten en eigen ideeën. Wij zijn begonnen met na te gaan welke ontwikkelingen volgens ons van doorslaggevend belang zijn en de wijze waarop werk wordt vormgegeven in 2025. Dat is belangrijk omdat deze ontwikkelingen in de komende vijftien jaar zullen leiden tot een aantal vraagstukken over werk waar organisaties antwoorden op moeten vinden. Deze vraagstukken komen als eerste aan bod in hoofdstuk 3. Daarna gaan wij in hoofdstuk 4 dieper in op de onderliggende ontwikkelingen.

In hoofdstuk 5 staan wij vervolgens kort stil bij de resultaten die de HR-functie in de afgelopen jaren heeft bereikt. Als laatste willen wij in hoofdstuk 6 enkele handvatten bieden om het gat tussen nu en het geschetste ‘doemscenario’ te dichten.

3. Vraagstukken over werk voor de komende vijftien jaar?

Het is evident dat organisaties in de komende jaren voor veel verschillende vraagstukken zullen worden gesteld waar antwoorden op moeten worden gevonden. De bankencrisis – en als gevolg daarvan een economische crisis – dendert vanaf eind 2008 over ons heen en de deskundigen verschillen van mening of en zo ja, in welke mate een en ander al achter de rug is (gevaar voor de double-dip). Feit is dat veel bedrijven hierdoor gedwongen zijn maatregelen te nemen door te reorganiseren, af te slanken en/of gewoon slimmer en efficiënter te gaan werken.

Wij zijn vooral geïnteresseerd in welke vraagstukken er spelen als het gaat om de wijze waarop werk wordt vormgegeven de komende vijftien jaar. Wij komen tot de volgende lijst:

  1. Sturen op basis van aanwezigheid gaat veranderen in sturen op output. Hoe zien die outputcriteria eruit en wat moet er veranderen aan managers en medewerkers om dit mogelijk te maken?
  2. Veel nieuwe technologische ontwikkelingen volgen elkaar in een steeds hoger tempo op. Wat betekent dit voor de wijze waarop wordt samengewerkt en hoe zorg je voor een gezonde mix van manieren waarop men met elkaar in contact komt?
  3. De arbeidsmarkt is allang geen lokale of nationale aangelegenheid meer. Hoe wordt er omgegaan met de (on)mogelijkheden van een internationale arbeidsmarkt?
  4. Nieuwe generaties die de arbeidsmarkt betreden willen werken voor organisaties die ‘duurzaam’ en ‘maatschappelijk verantwoord’ zijn. Daarnaast zijn zij op zoek naar werk dat ‘leuk’ is en waarbij zij zich kunnen ontplooien. Hoe speel je hierop in?
  5. Er is steeds meer sprake van een flexibele arbeidsmarkt waarbij mensen vaker en sneller van baan wisselen. Hoe ga je om met deze flexibiliteit en wat voor oplossingen zijn er voor diverse (collectieve) contractsvormen en voorzieningen als pensioen, verzekeringen, etc?
  6. Als gevolg van het vorige punt en het sturen op output zijn andere beloningsvormen en            -systemen nodig. Hoe gaan die eruit zien?
  7. Werk en privé versmelten, mensen zijn altijd bereikbaar. Hoe ga je hiermee om en zorg je dat mensen niet overbelast raken?
  8. Diversiteit binnen je onderneming leidt tot een breder scala aan competenties, vaardig-heden en inzichten. Hoe kun je hier als organisatie zo goed mogelijk op inspelen?

Wij presenteren deze lijst zonder daar kant-en-klare oplossingen voor te hebben. Wel zijn wij ervan overtuigd dat hier antwoorden op moeten worden gevonden. Daarbij zijn het volgens ons bij uitstek vraagstukken waarmee HR-professionals hun toegevoegde waarde kunnen tonen. Doen zij dat niet, dan zullen anderen met antwoorden komen en wordt de HR-functie gediskwalificeerd.

4. De onderliggende ontwikkelingen

De vraagstukken uit het vorige hoofdstuk zijn gebaseerd op een zestal ontwikkelingen, die onderstaand worden uitgewerkt.

4.1 Technologische ontwikkelingen

Technologische ontwikkelingen gaan de komende vijftien jaar ingrijpend ons leven en de manier van werken veranderen. Dit is niets nieuws, ons leven wordt vandaag de dag al op alle manieren beïnvloed door de techniek. Opvallend is wel dat de snelheid toeneemt waarmee deze ontwikkelingen elkaar opvolgen.

De digitale wereld

Eerst een paar cijfers (bron: Tegendraads). In 2008 is onderzoek gedaan onder jongeren van 21 jaar. Zij beschikken gemiddeld over de volgende ervaring / competenties:

▪         5.000 uur videogaming;

▪         250.000 e-mails, chat- en sms-berichten;

▪         10.000 mobiele telefoonuren;

▪         3.500 uren online.

Daarnaast kenmerken deze jongeren zich door multitasking, razendsnel delen van informatie, snel afgeleid zijn, geprikkeld willen worden, beleven en bewegen in een veelheid aan communicatie en het ontwikkelen van een eigen taal. Daarnaast zijn ze op zoek naar zelfontplooiing en spiritualiteit.

Massive Online Multiplayer Games

Van over de hele wereld nemen mensen, die elkaar niet kennen, deel aan games die via internet gespeeld worden.  Ze vinden elkaar op basis van interesse, vaardigheid, gedrevenheid en beschikbaarheid, en werken soms maanden met elkaar samen om een bepaald doel (een hoger level of het vinden van een schat) te bereiken (bron: Tegendraads).

Generatie Y (geboren vanaf 1980) besteedt hier vele uren aan en went er op deze manier aan om zo met elkaar samen te werken om gezamenlijke doelen te bereiken.

Deze manier van werken wordt nu al toegepast bij ICT-ontwikkeling, maar kan op veel meer terreinen ontwikkeld worden.

HR moet zich hiervan bewust zijn en op basis van de missie en (langetermijn)visie van de organisatie(s) waarvoor ze werken, concepten (laten) ontwikkelen om deze doelen te realiseren.

Sociale media

Een andere ontwikkeling in de digitale wereld zijn de social media, zoals LinkedIn, Twitter en Facebook.

Als wij aannemen dat lifetime employment definitief ten grave is gedragen, dat bedrijven steeds meer zullen focussen op de kerndoelen en dat alle facilities (HR, communicatie, finance, ICT, etc.) uitbesteed zullen worden, waarom moet dan bij elke nieuwe medewerker het hele cv in een systeem gezet worden en alle mutaties steeds bijgehouden worden met de kans op achterstanden en verkeerde mutaties. In de loop van de komende jaren zullen media als LinkedIn gebruikt worden als cv. Deze zijn altijd en overal beschikbaar, de medewerker houdt de data zelf bij en de kans op fouten of fraude is nihil, want er volgt ongetwijfeld een wikipedia-achtige correctie van de omgeving van de medewerker.

Alle personeelsinformatiesystemen zijn nu nog bedrijfsgericht, terwijl een individueel gericht systeem met de huidige (en toekomstige) technologische mogelijkheden veel logischer is.

Feedback moet niet achterblijven in het bedrijf waar(voor) je gewerkt hebt, maar moet beschikbaar en inzichtelijk zijn voor nieuwe werkgevers, opdrachtgevers en leveranciers.

Het merendeel van de organisaties heeft absoluut nog geen manier gevonden om deze mogelijkheden effectief in te zetten, waarbij de huidige managementstijl van ‘command and control’ erg ver afstaat van de leefwereld van deze jongeren. Dit zijn wel de potentiële managers van 2025 en vermoedelijk zelfs al eerder.

De HR-beroepsgroep heeft volgens ons in onvoldoende mate in de gaten wat dit voor de stijl van leidinggeven, werving & selectie, contractering, opleiding, training, management development en honorering gaat betekenen (positieve uitzonderingen daargelaten).

Crowdsourcing

Crowdsourcing via internettechnologie maakt het mogelijk om op allerlei manieren klanten, leveranciers en het brede publiek te betrekken bij het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten. Wij zien ook een ontwikkeling waarbij meer en meer virtuele organisaties ontstaan, die zonder hiërarchie of organisatievorm producten en diensten ontwikkelen. De programmeertaal Linux en de webencyclopedie Wikipedia (6 miljoen artikelen in 250 talen) zijn hiervan sprekende voorbeelden.

Een directe HR-toepassing

IBM overweegt om het personeelsbestand terug te brengen van bijna 400.000 werknemers nu naar zo’n 100.000 in 2017. IBM wil het werk grotendeels laten doen via zzp’ers. Daarnaast gelooft IBM in de mogelijkheden van crowdsourcing. Werk dat vroeger binnen het bedrijf zelf werd gedaan kan via internet worden aangeboden, waardoor iedereen erop kan inschrijven.

De nieuwe organisatie van het werk moet IBM veel geld opleveren. Want het bedrijf bespaart hiermee op de huisvesting van werknemers en op de kosten voor pensioenen en ziektekosten-verzekeringen. Ook gelooft IBM dat ingewikkelde problemen sneller en goedkoper kunnen worden opgelost door expertise van buiten dan door de beperkte researchcapaciteit binnen het bedrijf (bron: http://www.personeelslog.nl).

Mobiele telefonie

Een ander voorbeeld is de exponentiële wijze waarop het aantal mobiele telefoons toeneemt (zie grafiek). In 2001 waren er 1 miljard mobiele telefoons (het heeft 20 jaar geduurd om op dit aantal te komen). Negen jaar later zijn er al meer dan 5 miljard (bron: ITU). Daarbij wordt steeds meer functionaliteit geboden. Dit geldt niet alleen voor moderne smartphones waarbij bellen, e-mail, internet en veel andere applicaties naadloos worden geïntegreerd. Ook eenvoudige toestellen blijken over meer functies te beschik-ken dan alleen maar bellen. In diverse ontwikkelende landen zijn intussen bancaire systemen opgezet op basis van eenvoudige mobiele telefoons (bron: Jan Chipchase on our mobile phones).

Cloud computing

Cloud computing is een platform waarop personen en bedrijven zich voor vrijwel hun hele gegevensverwerking via het internet toegang kunnen verschaffen tot een oneindige hoeveel-heid hardware, software en data. Het gevolg hiervan is dat zelfs de kleinste ondernemingen ineens toegang krijgen tot rekenkracht dat tot nu toe was voorbehouden aan de allergrootste ondernemingen (bron: Bakas).

Het gevolg van dit alles is ons inziens dat het in 2025 niet meer uitmaakt waar en wanneer je de beschikking wilt hebben over gegevens, je kunt er overal en altijd bij. Daarnaast wordt de groep die deze technologieën omarmt en dagelijks gebruikt steeds groter.

Een aantal bedrijven zoals Microsoft Nederland en de Rabobank is met veel van de hiervoor genoemde ontwikkelingen reeds aan de slag gegaan (bron: Work in Progress). In onze advies- en interim-managementpraktijk merken wij echter dat veel organisaties hier nog onvoldoende aandacht aan besteden. Als deze niet heel snel aan een inhaalslag beginnen, missen zij de boot. De boot missen betekent in dit kader dat zij (naar onze inschatting al binnen 2 tot 5 jaar) niet meer over voldoende gekwalificeerde medewerkers kunnen beschikken.

En dit wellicht ook

Prof. dr. Dick F. Swaab, hoogleraar neurobiologie en voormalig directeur van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek, is van mening dat alle aanleg van de mens voor vrijwel 100% in de prenatale fase wordt bepaald. Niet alleen een (latente) aanleg tot criminaliteit of homoseksualiteit, maar ook de aanleg voor bètavakken, werken in de zorg of in management-functies.

Swaab voorspelt dat het over 10 jaar mogelijk is om voor ca. € 1.000,- je eigen DNA-profiel ter beschikking te krijgen. Swaab is in de wetenschappelijke wereld niet geheel onomstreden, maar stel dat dit mogelijk is. Je kunt dan als sollicitant gericht solliciteren naar een functie die precies bij je past. Je kunt niet alleen je cv overleggen maar ook je DNA-profiel, waaruit blijkt dat je in aanleg geschikt bent voor de betreffende functie.

De HR-discipline zal deze profielen moeten kunnen lezen en de volgende stap zou kunnen zijn om een soort DNA-profiel van het bedrijf of de vacante functie te maken, om zo beter te kunnen matchen. Dit zou grotendeels geautomatiseerd kunnen plaatsvinden. Wellicht de opstap naar Robot Resource Management (RRM).

Ook biedt het mogelijkheden voor gerichte scholing, training en in MD-programma’s. Op basis van latent aanwezige kwaliteiten kun je medewerkers gericht uitnodigen (of uitsluiten).

Er zitten natuurlijk veel ‘voetangels en klemmen’ aan dit scenario. Denk bijvoorbeeld aan privacy-gevoelige informatie die beschikbaar komt.

Vijftien jaar vooruit kijken is altijd al moeilijk geweest en wordt met de snelheid van de tech-nologische vernieuwingen steeds lastiger. Het is dus maar de vraag of dit scenario praktijk wordt. Maar ook hier geldt: wat technisch mogelijk is zal gebruikt worden. Dus stel je erop in en bereid je erop voor.

4.2 Globalisering

Globalisering is vandaag de dag al een factor met verstrekkende gevolgen voor onze economie en de wijze waarop het werk in Nederland is georganiseerd. Dit zal de komende vijftien jaar alleen maar toenemen. De ontwikkelingen op dit vlak maken het voor vrijwel alle typen organisaties mogelijk om wereldwijd te opereren en markten aan te boren die eerder ondenkbaar waren. Zelf te kiezen waar productie plaatsvindt en financiering aan te trekken uit bronnen die eerder ontoegankelijk waren. Arbeid is voor velen niet meer gebonden aan een regio of land. Als de mogelijkheid zich voordoet of als het noodzakelijk is, wordt verhuisd naar een andere regio of ander land om daar te gaan werken.

Voorbeelden die nu reeds worden toegepast:

  • Veel callcenters zijn niet gevestigd in Europa of de Verenigde Staten maar in Azië, met name in de Filippijnen (bron: NRC);
  • Huizencomplexen en bedrijventerreinen in West-Europa worden met camera’s beveiligd, maar deze camera’s worden steeds vaker ‘uitgelezen’ door Chinese medewerkers in China.

Mede als gevolg van technologische ontwikkelingen is de opmars van de nieuwe economieën zoals de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) niet meer te stuiten. Decennia lang waren er twee wereldmachten namelijk de Verenigde Staten en de Sovjet Unie. Nu stevenen wij de komende jaren absoluut af op een nieuwe wereldorde met verregaande consequenties, maar het merendeel van de bevolking is zich hiervan nog onvoldoende bewust. Op de scholen zal Mandarijn en Hindi onderwezen moeten worden en daar moet niet al te lang meer mee worden gewacht. In de VS betalen sommige rijken al $ 100.000,- per jaar voor een Chinese au pair, op voorwaarde dat zij hun kinderen de Chinese taal leert (bron: Bakas).

Tot nu toe waren het alleen de multinationals die hiermee te maken hadden. Maar wij leven in een mondiale wereld die alleen nog maar mondialer wordt, waardoor ook nationaal of zelfs regionaal werkende organisaties hiermee te maken zullen krijgen en er – als ze er goed op anticiperen – hun voordeel mee kunnen doen.

Het European Ideas Network (EIN), de denktank van de EVP-ED-fractie in het Europees Parlement heeft in november 2007 een notitie geschreven met als titel: “De wereld in 2025 – is de Europese Unie er klaar voor?”. Hierin wordt de verwachting uitgesproken dat China en India in 2060 50% van het mondiale Bruto Binnenlands Product (BBP) voor hun rekening zullen nemen. Momenteel heeft de Europese Unie nog het grootste BBP, gevolgd voor de VS. Japan staat in 2010 op de derde plaats.

Mede op basis van deze prognose stelt het EIN in genoemde notitie dat alles op alles moet worden gezet om onderwijs, innovatie en ondernemerszin op een hoger plan te brengen. Dat betekent volgens het EIN, dat Europa zich moet bevrijden van starre arbeids- en markt-voorschriften die een dynamisch ondernemersklimaat in de weg staan.

De Nederlandse universiteiten anticiperen nu al op deze ontwikkeling. Op sommige universiteiten in Nederland komt 30% van de docenten uit het buitenland. Zij staan niet op de payroll van de universiteit zelf en worden in feite betaald als interim-managers/zzp’ers. Vaak wordt ook nu al een vaste dagvergoeding afgesproken en krijgen zij een bonus op basis van behaalde resultaten.

Ook voor dit onderwerp geldt dat globalisering bij veel organisaties nog nauwelijks op de agenda staat. Zij lopen hierdoor het risico om een forse achterstand aan kennis (en daardoor aan mogelijkheden) op te lopen.

4.3 Duurzaamheid

Alhoewel het onderwerp duurzaamheid in eerste instantie niet direct gevolgen lijkt te hebben voor de ontwikkeling van het HR-vak, hebben wij dit onderwerp toch in deze essay opgenomen.

De komende decennia zal een grotere schaarste aan grondstoffen ontstaan en neemt de druk op het milieu verder toe. Wat de gevolgen zullen zijn op de (machts)verhoudingen in de wereld en de mondiale economie is moeilijk te voorspellen. Maar dat een en ander grote invloed zal hebben, staat wat ons betreft vast.

Een van de ontwikkelingen voor het HR-vak is dat over een aantal jaren ongetwijfeld een krapte op de arbeidsmarkt zal ontstaan en dat werkgevers alle zeilen bij moeten zetten om de juiste mensen aan zich te binden. Hoe en in welke mate organisaties zich bezighouden met duurzaamheid zal meer en meer een factor worden die medebepalend is of iemand bij het betreffende bedrijf wil werken.

4.4 Arbeidsmoraal en arbeidsrelaties

Welke rol speelt werk in het leven van 2025? Nu al is een duidelijke verschuiving zichtbaar in de wijze waarop jongere en oudere generaties hierover denken. Was werk altijd een morele plicht en een manier om de kost te verdienen. Jongere generaties stellen steeds meer eisen aan de inhoud van het werk en de context waarin het werk plaatsvindt. Onderwerpen die hierbij spelen zijn zelfontplooiing, werk moet ‘leuk’ zijn en de balans tussen privé en werk (bron: de Nieuwe Lichting).

Qua leeftijd zal duidelijk zijn dat er steeds langer doorgewerkt zal worden om het niveau van de verzorgingsstaat waarin wij nu leven in stand te houden. Ondertussen is het duidelijk dat werknemers steeds sneller van baan wisselen. Het ‘lifetime employment’-model is rijp voor het museum. Daarbij speelt dat een steeds grotere groep ervoor kiest om te werken als zzp’er of freelancer. Het is niet ondenkbaar dat daarbij tevens een verschuiving plaats zal vinden van een inspannings- naar resultaatverplichting. Een gevolg daarvan is dat er ook goed gekeken moet worden naar nieuwe structuren en modellen voor beloning.

De relaties tussen mensen onderling (zowel werk- als privégerelateerd) zullen, afhankelijk van de situatie, in intensiteit sterk wisselen. Veel mensen hebben nu al meer dan 500 LinkedIn- relaties die ze nooit allemaal tegelijk kunnen onderhouden.

Via het principe profileren-verbinden-samenwerken-loslaten wordt een koppeling gemaakt voor de duur van de samenwerking.

In dit verband is door een collega het begrip ‘klittenbandrelatie’ geïntroduceerd. Dit vinden wij een goede typering voor hechte relaties gedurende een bepaalde periode waarin (intensief) wordt samengewerkt en daarna weer ‘onhold’ worden gezet.

Community economie

Werk zal in toenemende mate georganiseerd worden via het community economiemodel. De bekendste voorbeelden hiervan zijn marktplaats, bol.com en E-bay. Vragers en aanbieders hebben rechtstreeks contact en doen transacties zonder tussenkomst van een winkel of groothandel.

Nu gebeurt dat nog voornamelijk in de consumentensfeer, maar het zal niet lang duren voordat dit principe ook b-to-b wordt toegepast. Een voorbeeld hiervan in Nederland is IBLC. IBLC is een professionele community voor de opleidingsmarkt. Afnemers, aanbieders en intermediairs van opleidingen werken met elkaar samen om vragers en aanbieders te matchen (bron: Elke dag als de zon opkomt).

4.5 Versmelting werk en privé en ander leiderschap

Overal en altijd toegang hebben tot gegevens zorgt voor een versmelting van werk- en privétijd. Hoeveel mensen werken op kantoor nog even aan een update van hun sociale netwerk, en hoeveel sturen mensen ’s avonds nog even die ene presentatie door voor de vergadering van morgen? Het strikt scheiden van privé- en werktijd is er niet meer bij. Wel is duidelijk dat werknemers en werkgevers op zoek moeten naar een balans tussen beide. Als medewerkers minder op kantoor zijn, is sturing op basis van aanwezigheid niet meer mogelijk. Er worden dus andere eisen gesteld aan de aansturing en daarvoor dienen op basis van output criteria ontwikkeld te worden.

4.6 Diversiteit

Een laatste ontwikkeling waar wij bij stil willen staan is het fenomeen diversiteit. Daaronder verstaan wij het bij elkaar brengen van mensen met verschillende culturele achtergronden, talenten, vaardigheden en competenties om zodoende tot rijkere, evenwichtigere werkprocessen te komen. Dit vraagstuk beperkt zich dus niet tot alleen de arbeidsparticipatie van vrouwen, etnische minderheden of bijvoorbeeld ouderen. In onze ogen zal diversiteit de komende vijftien jaar alleen maar in betekenis toenemen. Men zal steeds meer tot de ontdekking komen dat de uitdagingen waar organisaties voor staan beter kunnen worden opgelost als hier diverse, veelzijdige teams aan werken.

In 2009 deed de Europese Commissie onderzoek naar diversiteit onder 1200 mkb-bedrijven in 27 Europese landen (bron: Continuing the Diversity Journey). Een meerderheid (79%) gaf daarbij aan dat diversiteit een positief effect heeft op het resultaat van de onderneming. Een aspect dat daarbij specifiek werd genoemd is innovatie. Uiteraard zijn diverse factoren van invloed op de innovatiekracht van een organisatie. In het onderzoek werd echter algemeen aangegeven dat “like-minded people lead tot like-minded results”. Diversiteit doorbreekt dit, hetgeen kan leiden tot nieuwe inzichten op het gebied van productontwikkeling, markten en klanten.

5. Wat heeft HR de afgelopen jaren bereikt?

HR-professionals hebben de afgelopen jaren diverse resultaten geboekt. Wat ons betreft zijn dat er drie:

  1. 1. HR is weer terug in de lijn

Het is over het algemeen redelijk goed gelukt om HR weer een lijnverantwoordelijkheid te laten zijn. Lijnmanagers nemen meer en beter hun verantwoordelijkheid op dit vlak dan in de jaren 70 en 80.

  1. 2. De positie van HR is duidelijk

De discussie of HR nu aan de kant van de medewerkers of aan de kant van de werkgever moet staan, hoor je vrijwel nergens meer. Deze onzinnige polarisatie is (eindelijk) collectief verleden tijd.

  1. 3. Automatisering is verbeterd

De standaardisering en automatisering van de HR-processen en -procedures is de laatste 15 jaar sterk verbeterd. Als gevolg hiervan is de back-officeformatie afgenomen en de efficiency toegenomen.

6. Hoe kan het gat gedicht worden?

Al met al concluderen wij dat er een gat zit tussen de rol die HR-professionals nu spelen in organisaties en de rol die van toegevoegde waarde zal blijken te zijn in de toekomst. Het karakter van de vraagstukken is anders. Waar nu de nadruk vaak ligt op administratief-ondersteunende werkzaamheden en advies, wordt in de toekomst gevraagd om innovatiekracht, creatief ‘out-of-the-boxdenken’, pro-activiteit en ondernemerschap. Ook moet men met alternatieven komen en een eigen standpunt (durven) innemen.

De HR-professional van 2025 zal moeten functioneren als interne consultant en HR-makelaar, met verstand van mensen, die continu bezig is om gevraagd en ongevraagd de doelstellingen van de organisatie te helpen vertalen naar wie doet wat, waarom, wanneer en waar. Hij/zij zal daarbij – veel meer dan nu het geval is – twee stappen vooruit moeten denken om op tijd op de snel veranderende actuele situatie in te kunnen spelen.

Ron Bijkersma, Corporate Director HR bij Koninklijke Ten Cate, vraagt zich in een interview in een publicatie van P&O-Actueel (bron: P&O Actueel – de toekomst van HR) af of je van de huidige beroepsgroep wel mag verwachten dat ze nu ineens de taal spreekt van de business-collega’s, de primaire processen (volledig) doorgrondt, de markt kent en actief meekijkt naar wat er bij de concurrent gebeurt. Hij verwacht dat dit pas zal gebeuren als er voldoende nieuwe instroom in de beroepsgroep heeft plaatsgevonden.

Wij denken dat hij daarin niet alleen gelijk heeft maar feitelijk ‘de spijker op de kop slaat’.

De HR-opleiding

Om in 2025 met de juiste tools in staat te zijn HR-leiderschap vorm te geven, heeft ook gevolgen voor de HR-opleidingen. Zij zullen hun curriculum moeten aanpassen van een opleiding voor een HR-adviseur naar een opleiding voor een HR-leider, die samen met het lijnmanagement verantwoordelijk is voor het goed functioneren van de business.

Houdt hierbij wel rekening met het volgende

De HR-professional van 2025 zal niet meer gebonden zijn aan één werkgever of opdrachtgever.

Hij wordt door bedrijven ingehuurd om zijn expertise en netwerk, en functioneert voor een groep medewerkers als hun loopbaancoach, ongeacht waar of voor wie de betreffende medewerker feitelijk werkt.

Houdt bij dit alles wel in de gaten dat de lijnmanager opdrachtgever is en eindverantwoordelijk blijft. Of HR uiteindelijk levert wat er verwacht wordt en of er daadwerkelijk waarde wordt gecreëerd, wordt beoordeeld door de opdrachtgever en niet door de leverancier.

Als dit alles lukt, kunnen HR-professionals waardevolle sparringpartners / comanagers worden. Wat ons betreft is dat HR-leiderschap in 2025.

Tot slot

In deze essay hebben wij aangetoond dat er nog wel degelijk toekomst is voor het HR-vak. Als beroepsgroep moeten wij dan wel de noodzaak en de urgentie zien om de omslag te maken naar onze nieuwe dan wel sterk aangepaste rol als comanager en HR-makelaar. Als wij dit niet doen, raken wij in Nederland steeds verder achterop ten opzichte van de landen die dat wel tijdig en adequaat oppakken.

Laten wij niet (weer) de verkeerde buitenbocht nemen en gediskwalificeerd worden.

Aan het werk dus…

Management. Het moet echt beter en snel

Leidinggeven
Leidinggeven, een team geïnspireerd aansturen en motiveren is naar mijn mening het lastigste dat er is. Sommigen hebben daarvoor een aangeboren talent, anderen hebben het zichzelf eigen gemaakt en brengen dat succesvol in de praktijk, maar vaak zie ik toch om mij heen (in ruim 17 jaar ervaring als interimmanager), dat men er niet veel van terecht brengt of het gewoon niet doet.
..
De gesprekscyclus

In de meeste bedrijven bestaat een systeem van afsprakengesprekken, voortgangsgesprekken en beoordelingsgesprekken. Drie formele gesprekken met een medewerker in een periode van 12 maanden is toch wel het minste dat er van een leidinggevende verwacht mag worden, maar zelfs dat komt er vaak niet van. In die situaties laat het (hogere) management niet alleen steken vallen, maar schiet ook de afdeling P&O ernstig tekort.
Laatst werkte ik bij een grote overheidsorganisatie, waarbij ik regelmatig geconfronteerd werd met medewerkers, die vrijwel nooit met hun leidinggevende spraken over de inhoud, de voortgang en de kwaliteit van het werk. Onvoorstelbaar.
..
Generieke functies

De afgelopen jaren heb ik bij diverse organisaties een bijdrage geleverd aan de invoering van een generiek functiehuis. Een generiek functiehuis heeft t.o.v. organiek functiehuis een aantal voordelen (substantieel minder functies, geen functiewaarderingssysteem meer en nauwelijks onderhoud), maar ook een nadeel: namelijk de gesprekscyclus moet op orde zijn.
..
Veranderende arbeidsmarkt

Een nieuwe generatie werknemers bestormt de arbeidsmarkt. Uitzendbureau Studentalent noemen hen De nieuwe Lichting (zie http://www.denieuwelichting.nl).
De nieuwe Lichting communiceert anders en vraagt een andere manier van werving en aansturing. De nieuwe Lichting brengt vaardigheden en kwaliteiten mee die in deze snelle tijd noodzakelijk zijn om te blijven innoveren. En met de vergrijzing in het achterhoofd is De nieuwe Lichting komende jaren dubbel zo hard nodig. Ik vraag mij af of bedrijven en instellingen zich wel realiseren dat zij hieraan snel aandacht moeten besteden, anders missen ze de boot. Een passend credo bij De nieuwe lichting is namelijk “Amuse me or loose me!”
Instrumenten
Er zijn momenteel een aantal interessante instrumenten en diensten op de markt, die bedrijven zeer succesvol kunnen ondersteunen bij:
▪ Het goed op orde brengen van de gesprekscyclus;
▪ Werken met passie
▪ Leidinggeven en werken vanuit intuïtie
▪ De effectiviteit van uw P&O-afdeling
▪ Kostenbewust werken / kostenbewuste werkprocessen
▪ Invoering van generieke functiehuizen
..
Graag kom ik in contact met lezers, die hier meer van willen weten. Bel me op 0653 723 589.

Voorbij Kopenhagen – kansen of bedreigingen

Op maandagavond 14 december heb ik naar de uitzending “Voorbij Kopenhagen” op Nederland 2 gekeken (20.25 uur; NCRV/VPRO). De toelichting op het programma luidde als volgt:  “Hoe kunnen burgers zelf een vermindering van de CO2 uitstoot afdwingen als de politici er in Kopenhagen wederom niet in slagen tot een klimaatakkoord te komen? Rond deze vraag draait een 80 minuten durend themaprogramma van ‘VPRO Tegenlicht’ en ‘NRCV Netwerk’ met in de studio een politicus, een wetenschapper en ondernemer. Verder met reportages van over de hele wereld.

Zo wordt in de drie werelddelen met de hoogste CO2 uitstoot (VS, EU en China) het dagelijks leven getoond van hen die anno 2009 al zo klimaatvriendelijk mogelijk proberen te leven. Van het eerste eco-kampement in Arizona via een ecodorp in Zuid-Duitsland naar een miljoenen ecocity in China. Hoe moeilijk is het eigenlijk groen te leven? En welk politieke systeem is het meest geschikt voor een duurzamer wereld? De basis-democratie van de groene communities en burgeriniatieven, of de eco-dictatuur zoals in China? De Amerikaanse econoom en energiedeskundige Jeremy Rifkin pleit in het programma voor ‘een derde Industriële (eco)Revolutie’  die volgens hem op stedelijk niveau moet beginnen. Sinds kort adviseert hij de provincie Utrecht die voor 2040 alle huizen klimaatneutraal gaat maken.

En hoe zit het met de potentiële maar nog weinig gebruikte macht van de burgers om een meer duurzame politiek af te dwingen. En wat kunnen als individuele Nederlanders zelf doen? Tot welke concessies en gewoonte veranderingen zijn we eigenlijk zelf bereid? Verder de uitkomsten van een, speciaal voor dit programma uitgevoerd, groot onderzoek onder de Nederlandse bevolking naar deze vraag.”

Kansen

Volgens mij worden vanuit ondernemersstandpunt de komende tijd actueel:

  1. De zelfstandig gevestigd ondernemers kunnen de komende jaren geld verdienen met duurzaamheid. Niet alleen de fabrikanten en installateurs, maar ook de consultants.
  2. Over ca. 10 jaar gaat de overheid alleen nog maar duurzaam inkopen. Dat gaat per jaar om vele miljarden. Als we op de langere termijn de overheid als klant willen behouden, zullen we daarop voorbereid moeten doen.

Ik ben benieuwd of en zo ja hoe mijn collega’s met dit onderwerp omgaan. Ik ben benieuwd naar jullie reacties.

Published in: on 14 december 2009 at 9:08 pm  Geef een reactie  
Tags: , , , ,